Vluchtshots

Het fotograferen van vliegende vogels (en insekten) is altijd een leuke uitdaging. Sommige vogels zijn traag en groot en kunnen met wat oefening redelijk makkelijk in vlucht wordt vastgelegd, zoals bijv. de Blauwe Reiger. Als de achtergrond lucht is dan heeft de AF het meestal niet erg moeilijk om het onderwerp in focus te houden, maar als er een onrustige achtergrond is dan is dat vaak lastiger.

FDX_3295

Blauwe Reiger, 500mm, 1000s bij f/6.7 en ISO 1250

En dan helpt het als het AF systeem van de camera snel en geavanceerd is, zoals bij de Nikon D500. Mijn andere camera, de D800, heeft een ouder AF systeem en dat verschil is goed te merken met in lastige focus situaties zoals bovenstaande foto. Met name het vasthouden van de AF op het onderwerp, in dit geval de kop van de Reiger, is iets wat sneller en makkelijker gaat met het moderne focus systeem van de D500.
Uiteraard wil dat niet zeggen dat je geen vluchtfoto’s kan maken met de D800, het is alleen lastiger en vergt meer oefening.

Om te oefenen zijn altijd wel vogels in de buurt, zoals bijvoorbeeld deze duif.

FDX_0273

Duif, 420mm bij 1/1000s en f/5.6, ISO 400, +1/3 stop compensatie

Tegen de muur als achtergrond wist het AF systeem van de D500 de duif goed in focus te houden.

FDX_3990

Scholeksters, 500mm, 1/1600s bij f/7.1 en ISO 280

Een andere lastige is een groep vogels, zoals bovenstaande groep Scholeksters. Als je zo’n groep wilt fotograferen moet je altijd proberen 1 vogel te volgen met je AF punt, en dus meebewegen met de camera. Uiteraard helpt het ook als je een goede snelle sluitertijd gebruikt, het licht moet dat natuurlijk wel toelaten.

Als je aan de kust woont zoals ik is er altijd een ander dankbaar vogel onderwerp: meeuwen.
Deze vogels zijn middelgroot, niet supersnel kwa wendingen en dus een perfekt onderwerp om op te oefenen. Bij deze vogels kan je vaak ook goed met spotmeting werken voor de belichting, om te voorkomen dat je uitgebeten witten krijgt.

FDX_0180-2

Zilvermeeuw, 420mm, 1/1000s bij f/5.6 en ISO 280, +2/3 stop compensatie

Als een meeuw zoals bovenstaande Zilvermeeuw dan ook nog eens krijsend rondvliegt levert dat weer een apart vluchtshot op.
Sommige zeevogels doen vaak nog wat aparts als ze net een vis uit het water hebben opgepikt (dan wel een poging hebben gedaan). Ze schudden zich vaak even uit terwijl ze in vlucht zijn, Visdiefjes en Grote Sterns doen dit heel vaak. Maar ook een Zilvermeeuw kan dit, het gaat echter zo snel dat je net op dat moment de vogels aan het fotograferen moet zijn.

Zilvermeeuw, 500mm, 1/1000s bij f/6.7 en ISO 320

En ook op dat gebied biedt de D500 voordelen, nl. dat er met 10 beelden per seconde foto’s kunnen worden gemaakt, zodat een uitschud sessie heel aardig kan worden vastgelegd. Het spreekt vanzelf dat je bij het maken van vlucht foto’s altijd gebruik moet maken van continue autofocus en dus niet van de “beep” AF, want als de ontspanknop wordt doorgedrukt voor de foto dan is het onderwerp al weer een stukje verder.

FDX_1818

Lepelaar, 500mm, 1/1600s bij f/6.7 en ISO 220, -1/3 stop compensatie

Hoe dichterbij de vogels voor de lens komen, hoe lastiger het is om ze geheel in beeld te houden. Gelukkig is dat minder moeilijk met grotere vogels, omdat deze vrijwel nooit plotseling van richting veranderen en je kunt dus goed voorspellen waar de vogel heengaat, zoals bij deze jonge Lepelaar.

Het allermoeilijkste is het om zwaluwen goed vast te leggen, de vliegpatronen van deze vogeltjes zijn zo onvoorspelbaar dat het toch vaak geluks shots zijn. Wat dan ook helpt is een makkelijke hanteerbare set, en hier heeft de Nikon 300mm f/4 VR PF een heel groot voordeel, want zelfs i.c.m. met de TC17II wat een brandpunt oplevert van 500mm is het gewicht van deze lenscombi slechts 1 kilo, en dus heel wendbaar.
Een vergelijkbaar lastig vlieg objekt is een libelle. In de Amsterdamse Waterleidingduinen zijn er iedere zomer zeer veel van te vinden, en ook hier kan dus lekker mee geoefend worden.

FDX_5190

Zuidelijke Glazenmaker, 500mm, 1/1250s bij f/6.7 en ISO 560

Boven een plas water (egale achtergrond) is het makkelijker om de libelle te volgen en in de zoeker te houden, en soms blijven ze twee tellen op een plek hangen zoals een helikopter dat kan. En dat is hét moment, liefst een snelle tijd weer om de vleugeltjes nog een beetje te bevriezen, of juist expres een langzame tijd om een blur te krijgen van de vleugels, maar dan moet de libel wel heel stil hangen om hem goed scherp te krijgen!
Het helpt ook altijd om de vluchtbewegingen goed te observeren, vaak zie je een patroon waardoor je beter kunt anticiperen.

FDX_5226-2-2

Zuidelijke Glazenmaker, 500mm, 1/1250s bij f/6.7 en ISO 2200

Zo ook bij bovenstaande Zuidelijke Glazenmaker, een aantal keren werd hetzelfde rondje gevlogen en zodoende kon ik de libel al van verre in focus krijgen en redelijk makkelijk volgen. En de supersnelle en trefzekere autofocus van de D500 zorgde er verder voor dat de libel scherp in beeld is en niet de drukke achtergrond….